Bloemen, buren, bidden

  1. Home
  2. chevron_right
  3. Blogs
  4. chevron_right
  5. Bloemen, buren, bidden

Bloemen, buren, bidden

Vanochtend is er een bos bloemen gebracht. Van mijn werkgever. Bij de bos een korte groet en een blijk van waardering voor al het personeel binnen de Stichting. “Goed werkgeverschap” noemt manlief dat. En hij kan het weten want ook hij ontvangt dezelfde bos bloemen gezien het feit dat we voor hetzelfde College van Bestuur werken. Onze kinderen hebben de bossen in ontvangst genomen terwijl wij boven aan het werk zijn. Ik vind ze even later in de wasbak van de keuken als ik een kopje thee kom halen. Wat een mooie, kleurrijke bloemen in deze rare tijd!

Wanneer ik twee vazen uit de trapkast wil pakken, bedenk ik dat het ietwat overdreven is om twee dezelfde bossen bloemen in onze woonkamer neer te zetten. Het lijkt me beter om een bos weg te geven aan een ander. Vanwege de social distance moet dat iemand hier in de buurt zijn. Mijn eerste gedachten gaan naar de buurvrouw van een paar huizen verderop die al drie weken thuis zit met vier kleine kinderen. Toch kies ik ervoor een huis verder te lopen. Daar woont mijn vriendin. Al twaalf jaar zijn we vriendinnen en hoewel onze cultuur, uiterlijk en geloof verschillen, vinden we elkaar op het gebied van opvoeding, leefstijl en levensvisie. Twee jaar geleden kwam dit huis te koop en kon zij, tot onze beider vreugde, nog dichterbij komen wonen. Regelmatig helpen we elkaar met een klusje, worden er over en weer boodschappen geleend, recepten uitgewisseld en heel veel kopjes thee gedronken.

De laatste weken ging ons contact alleen via de app. Want net als de meeste Nederlanders houden we ons aan de richtlijnen van social distance. De bos bloemen leg ik op de stoep voor haar huis, ik bel aan en doe een stap naar achter. De deur wordt voorzichtig open gedaan. “Wat lief van je! Je komt op het goede moment. Mijn man is erg ziek. We zitten te wachten op de arts.” Snel praat ze me bij. Ik wist dat hij griep had, maar zal toch niet… Voordat ik wegloop prevel ik wat dingen als “hou me op de hoogte” en “app me als ik wat kan doen” en ga terug naar huis om verder te werken.

Niet veel later, terwijl ik een mail zit te schrijven aan de leerkracht van een mijn arrangementsleerlingen, licht mijn telefoon op. Een bericht van de buurvrouw met vier kinderen. In beeld verschijnt een foto. Een ambulance. Een man in een wit pak met mondkapje voor. Daaronder de tekst: “bij jouw vriendin???” Ik ren achter mijn laptop weg, naar het raam en zie een paar huizen verder de ambulance met deur open staan. De trap af, naar buiten! Maar voordat ik de afstand tussen onze huizen kan overbruggen, rijdt de ambulance al weg. Ik zwaai nog even en draai me dan om in de richting van het huis van mijn vriendin. In de deuropening staan haar kinderen, verslagen. In de verte horen we de sirene van de ambulance aangaan. Ik weet niet wat ik moet zeggen tegen deze drie tieners. Ik prevel dezelfde woorden die ik een uur geleden tegen hun moeder zei: “app me, bel me”. Een traan rolt over de wang van het jongste mannetje. Ik zou ‘m eraf willen vegen, hem een knuffel willen geven, maar dat kan nu niet, mag nu niet.

Ik slof terug naar mijn eigen huis, trek de voordeur dicht en hoop en bid dat mijn buurman beter mag worden. De rest van de dag komt van thuiswerken niks meer.

De schrijfster is Begeleider Passend Onderwijs bij een grote scholengroep in de Randstad. Op dit moment begeleidt ze drie kinderen in het regulier onderwijs. Ze is getrouwd en moeder van een puberzoon en puberdochter.

Menu